Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Reanimatie door leken: met of zonder beademing?


  • 1
  • 1
  • 1
  • 1



Minerva 2002 Volume 31 Nummer 4 Pagina 205 - 206


Duiding van
HALLSTROM A, COBB L, JOHNSON E, COPASS M. Cardiopulmonary resuscitation by chest compression alone or with mouth-to-mouth ventilation. N Engl J Med 2000;342:1546-53.


Besluit
Deze goed opgezette studie toont dat in afwachting van een snelle komst van een professioneel interventieteam, het aanraden van hartmassage alleen aan een leek minstens even goed is als hartmassage plus beademing. Gezien de vragen in verband met de extrapoleerbaarheid van de resultaten raden de internationale richtlijnen voor cardiopulmonale reanimatie voor de leek nog steeds de klassieke combinatie van hartmassage met beademing aan. De belangrijkste boodschap voor de huisarts blijft echter dat in geval van hartstilstand een snelle en correcte alarmering van het hulpcentrum 100 in combinatie met het onmiddellijk opstarten van cardiopulmonale reanimatie de belangrijkste maatregel blijft. Verdere opleiding van de aangestelden in de meldkamer en het kunnen toepassen van telefonische richtlijnen dient in ons land te worden nagestreefd.


 

Minerva Kort biedt u korte commentaren op publicaties die door de redactie van Minerva zijn geselecteerd. Interessante en voor huisartsen relevante studies die niet direct in een ruimer kader kunnen of moeten worden besproken, krijgen een plaats in deze rubriek. Iedere selectie wordt kort samengevat en van enkele regels commentaar voorzien door een referent. De redactie van Minerva wenst u veel leesgenot.

 

Samenvatting

 

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het hulpcentrum van de brandweer in Seattle in de VS. Bij vermoeden van een cardiorespiratoire stilstand gaven de aangestelden in de meldkamer op een gerandomiseerde wijze via de telefoon aan de omstanders ter plaatse instructies om ofwel alleen hartmassage (n=241) toe te passen ofwel de klassieke combinatie van hartmassage en mond-op-mond beademing (n=279). Het eindpunt van de studie was overleving met ontslag uit het ziekenhuis.

Volledigheid van de instructies werd vaker bereikt bij het aanraden van hartmassage alleen dan bij de combinatie hartmassage en beademing (81% versus 62%). De overleving was beter bij de patiënten die alleen hartmassage kregen dan bij deze die de combinatie kregen (14,6% versus 10,4%), doch het verschil was statistisch niet significant. De auteurs oordelen dat aanraden van enkel hartmassage een minstens even goede uitkomst geeft als de combinatie van hartmassage en beademing en dat dit mogelijk de voorkeursaanpak zou kunnen zijn bij telefonisch advies aan omstanders die geen ervaring hebben met cardiopulmonale reanimatie.

 
 

Bespreking

 

Deze studieresultaten tonen dat het aanraden van enkel hartmassage minstens even goed is als de combinatie van hartmassage en beademing. Dit is ongetwijfeld een interessante bevinding in het kader van de natuurlijke weerstand die bij de leek-hulpverlener bestaat voor mond-op-mond beademing in tegenstelling tot uitwendige hartmassage. Dit zou toelaten dat bij een groter aantal gevallen van hartstilstand ‘iets’ (namelijk hartmassage) gedaan wordt; dit is in elk geval beter dan helemaal niets en lijkt zeker niet slechter dan de combinatie hartmassage en beademing.

Mogelijk is de pathofysiologische verklaring hiervoor dat bij ventrikelfibrillatie het bloed nog voldoende geoxygeneerd is om bij eenvoudige hartmassage het slachtoffer langer in leven te houden. Bij andere vormen van hartstilstand, bijvoorbeeld verstikking bij jonge mensen, kan men dit niet verwachten omdat op het ogenblik van de circulatiestilstand er reeds een maximale zuurstofextractie uit het bloed heeft plaatsgehad.

De toepasbaarheid van deze resultaten voor ons land is niet zo evident. We moeten voor ogen houden dat in ons land de aangestelden in de meldkamer niet voldoende getraind zijn om telefonisch instructies over cardiopulmonale reanimatie te geven.

Daarenboven gebeurde deze studie in een stedelijk gebied in de Verenigde Staten waarbij de interventietijd voor de professionele hulpploegen, die over een automatische externe defibrillator beschikten, gemiddeld slechts vier minuten bedroeg. In die steden bestaat reeds lang een traditie van opleiding over cardiopulmonale reanimatie aan de bevolking. Interessant is te vermelden dat de enige andere grote studie in dit verband een multicenterstudie uit België is waar bij hartstilstanden behandeld door cardiopulmonale reanimatie door leken (en vervolgens door professionele hulpverleners), de overleving dezelfde was bij goed uitgevoerde hartmassage plus beademing als bij hartmassage alleen 1. Dit was evenwel een zuiver observationele studie die uiteraard geen stevige conclusies toelaat.

 

Belangenvermenging/financiering

Deze studie werd ondersteund door de ‘American Heart Association’ en gefinancierd door de ‘Agency for Healthcare Research and Quality’ (VS).

 

 

Besluit

 

Deze goed opgezette studie toont dat in afwachting van een snelle komst van een professioneel interventieteam, het aanraden van hartmassage alleen aan een leek minstens even goed is als hartmassage plus beademing. Gezien de vragen in verband met de extrapoleerbaarheid van de resultaten raden de internationale richtlijnen voor cardiopulmonale reanimatie voor de leek nog steeds de klassieke combinatie van hartmassage met beademing aan. De belangrijkste boodschap voor de huisarts blijft echter dat in geval van hartstilstand een snelle en correcte alarmering van het hulpcentrum 100 in combinatie met het onmiddellijk opstarten van cardiopulmonale reanimatie de belangrijkste maatregel blijft. Verdere opleiding van de aangestelden in de meldkamer en het kunnen toepassen van telefonische richtlijnen dient in ons land te worden nagestreefd.

 

 

Literatuur

  1. BOSSAERT L, VANHOEYWEGHEN R, FOR THE CEREBRAL RESUSCITATION STUDYGROUP. Bystander cardiopulmonary resuscitation (CPR) in out-of-hospital cardiac arrest. Resuscitation 1989;17:S55-S69.
Reanimatie door leken: met of zonder beademing?

Auteurs

Buylaert W.
Diensthoofd Urgentiegeneeskunde, UZ Gent

Woordenlijst



Commentaar

Commentaar