Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine



Editoriaal: Evidence-Based Medicine als uitdaging voor artsen en overheid


Minerva 2002 Volume 1 Nummer 10 Pagina 34 - 34

Zorgberoepen




Dit nummer doet mij beseffen dat Minerva niet alleen de artsen en apothekers in de eerste lijn wil aanspreken, maar ook de overheid die Minerva reeds daadwerkelijke steun verleent.

 

Jaren geleden keek ik zelf meewarig neer op alles wat kruidengeneeskunde was. Tot er in het British Medical Journal een artikel verscheen dat enige effectiviteit toekende aan sint-janskruid bij mineure depressie 1. Uit een in dit nummer van Minerva besproken artikel blijkt sint-janskruid echter niet effectief te zijn bij majeure depressie en komen de ongewenste nevenwerkingen steeds meer aan het licht 2.Wellicht zijn heel wat kruidengeneesmiddelen niet goed onderzocht en missen we zo waardevolle geneesmiddelen die nu vrij verkrijgbaar zijn. Bovendien veroorzaken deze producten misschien ongewenste nevenwerkingen en interacties die we op dit ogenblik (nog) niet kennen. Sint-janskruid is hier een voorbeeld van: duidelijke effectiviteit maar steeds meer bekende ongewenste nevenwerkingen. Dit is een pleidooi om alle kruidengeneesmiddelen aan meer RCT’s te onderwerpen en de producten die duidelijk ernstige nevenwerkingen kunnen hebben, op voorschrift te zetten, te beginnen met sint-janskruid. De waarschuwing in het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium is uitnodigend genoeg 3.

 

Ik was ook verwonderd over het feit dat de aanpak van depressie bij bejaarden slechts steunt op twee RCT’s die dan nog niet goed uitgevoerd zijn. Het wordt hoog tijd dat de overheid daadwerkelijk onderzoek stimuleert dat niet alleen medicaties onderling maar vooral placebo-gecontroleerd onderzoek evalueert met inbegrip van niet-medicamenteuze aanpak. De industrie en het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) zijn geen onmiddellijke kandidaten om dit op te starten. Een onderzoeksinstituut voor de eerste lijn of een afzonderlijke commissie voor eerstelijnsonderzoek in het FWO is hierbij een noodzakelijke voorwaarde.

 

Wat mij eveneens enorm verbaast, is de onstuitbare opmars van de atypische antipsychotica. Hoewel uit goed onderzoek blijkt dat de atypische antipsychotica evenveel ongewenste nevenwerkingen hebben als de typische (haloperidol < 12 mg/dag), hebben ze nochtans nu al de markt veroverd. De subjectieve ervaring van méér extrapiramidale bijwerkingen kan hier een rol spelen; de reclame doet de rest. Dat de nieuwere antipsychotica soms méér ernstige bijwerkingen hebben (agranulocytose) wisten we al jaren, maar recent onderzoek staaft dat de atypische antipsychotica geassocieerd zijn met een nieuw spectrum van ongewenste nevenwerkingen: gewichtstoename, verhoogde bloedspiegels van cholesterol en lipiden, myocarditis en cardiomyopathie 4-6. In dit nummer wordt gewezen op de verhoogde kans op diabetes met olanzapine en in mindere mate met risperidone 7.Dit verplicht de overheid om zo snel mogelijk deze relevante literatuur door te geven aan artsen en apothekers, onder andere via de Folia Pharmacotherapeutica en Minerva. Het is voor hen een uitdaging om dan nog korter op de bal te spelen.

 

Marc De Meyere, Hoofdredacteur

 

Literatuur

  1. Philipp M, Kohnen R, Hiller KO.Hypericum extract versus imipramine or placebo in patients with moderate depression: randomised multicentre study of treatment for eight weeks. BMJ 1999;319:1534-9.
  2. Hypericum Depression Trial Study Group. Effect of Hypericum perforatum (St John’s Wort) in major depressive disorder. JAMA 2002;287:1807-14.
  3. Bogaert M, Maloteaux JM. Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium. BCFI, 2001.
  4. Allison DB, Mentore JL, Heo M, et al. Antipsychotic-induced weight gain: a comprehensive research synthesis. Am J Psychiatry 1999;156:1686-96.
  5. Meyer JM. A retrospective comparison of lipid, glucose, and weight changes at one year between olanzapine- and risperidone-treated inpatients. Biol Psychiatry 2001;49:536.
  6. Coulter DM, Bate A, Meyboom RHB, et al. Antipsychotic drugs and heart muscle disorder in international pharmacovigilance: data mining study. BMJ 2001;322:1207-9.
  7. Koro CE, Fedder DO, L’Italien GJ, et al. Assessment of independent effect of olanzapine and risperidone on risk of diabetes among patients with schizophrenia: population based nested case-control study. BMJ 2002;325:243.
Editoriaal: <strong><a style="font-size:medium" data-toggle="popover" data-trigger="hover" title="Evidence-Based Medicine" data-content="'Evidence-Based Medicine' is het oordeelkundig gebruik maken van systematisch verzamelde resultaten van wetenschappelijk onderzoek bij het nemen van beslissingen voor individuele patiënten. 'EBM 'in de praktijk toepassen impliceert het integreren van klinische expertise met beschikbaar wetenschappelijk bewijs, waarbij de voorkeur en opvattingen van de patiënt een belangrijke rol spelen.">Evidence-Based Medicine</a></strong> als uitdaging voor artsen en overheid

Auteurs

De Meyere M.
Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent
COI :

Woordenlijst

Codering





Commentaar

Commentaar