Bondige besprekingen

1 - 10 / 612

01 06 2021

Joly L.

Dit kwalitatieve onderzoek, waarvan bepaalde methodologische keuzes vragen oproepen, suggereert dat de gevoelens van spijt bij artsen niet alleen aanwezig kunnen zijn bij echte fouten, maar ook bij situaties die eerder als een risico dan als een fout beschouwd kunnen worden. Hoe ernstiger de gevolgen ervan, hoe negatiever de reactie van de patiënt, zijn familie en/of zorgverleners, hoe groter de gevoelens van spijt zijn. Anderzijds hoe meer zorgverleners er betrokken zijn bij het beleid, hoe minder belangrijk de gevoelens van spijt worden.

15 05 2021

Mullie P.

Deze systematische review en meta-analyse van heterogene studies, waarvan de helft met lage methodologische kwaliteit, toont aan dat het DASH-dieet de systolische en diastolische bloeddruk op kort termijn in beperkte mate kan doen dalen bij normotensieve en hypertensieve patiënten.

15 05 2021

De Cort P.

Deze methodologisch correct opgezette Japanse cohortstudie met ruim 6 000 personen, van wie driekwart antihypertensiva innam bij inclusie, toont na correctie voor tal van relevante demografische en klinische parameters en conventionele systolische bloeddruk aan dat een hogere nachtelijke systolische bloeddruk gemeten met een gestandaardiseerde 24-uurs ambulante bloeddrukmeting geassocieerd is met een toegenomen risico van cardiovasculaire gebeurtenissen. In vergelijking met een daling van de nachtelijke bloeddruk met 10 tot 20% ten opzichte van de bloeddruk overdag (dippers) lijkt een toename van de nachtelijke bloeddruk ten opzichte van de bloeddruk overdag (risers) gepaard te gaan met een statistisch significante toename van cardiovasculaire gebeurtenissen. Het is nog onduidelijk wat de klinische meerwaarde is van deze bevindingen voor de eerste lijn. Daarom is het aangewezen om te wachten tot correct uitgevoerde RCT’s voldoende bewijs leveren van eventuele therapeutische voordelen bij de verschillende subgroepen van patiënten.

15 05 2021

Van der Linden L.

Deze correct uitgevoerde dubbelblinde gerandomiseerde studie bij Japanse ouderen (≥80 jaar) met voorkamerfibrillatie en minsten één extra risicofactor voor majeure bloedingen toont aan dat een lage dosis edoxaban (15 mg/d) superieur was ten opzichte van placebo in de preventie van beroerte en systematische trombo-embolie. Er was bovendien geen verschil in majeure bloedingen.

15 05 2021

Callens J.,Poelman T.

Deze correct uitgevoerde pragmatische clustergerandomiseerde open-label RCT met blinde effectbeoordelaars toont aan dat het gebruik van motiverende gespreksvoering door getrainde zorgverstrekkers tijdens de revalidatie van geblesseerde werknemers die na het verstrijken van de gebruikelijke genezingstermijn onvoldoende hersteld waren, na een jaar leidt tot meer partiële werkhervatting en de transitie naar aangepast werk faciliteert. In hoeverre deze bevredigende resultaten extrapoleerbaar zijn naar de reële praktijk moet verder onderzocht worden.

15 05 2021

Poelman T.

Deze unicenter open-label gerandomiseerde gecontroleerde studie, die op een correcte manier vroegtijdig werd beëindigd, toont aan dat compressietherapie leidt tot een lager aantal recidieven van cellulitis bij volwassenen met chronisch oedeem van de onderste ledematen en een voorgeschiedenis van cellulitis. Het is onduidelijk in welke mate dit resultaat extrapoleerbaar is naar de reële wereld.

01 05 2021

De Cort P.

Deze systematische review en meta-analyse van heterogene observationele studies waarvan de grootste studie wegens onnauwkeurige gegevensanalyse ingetrokken werd, suggereert dat niet behandelde wittejashypertensie gecorreleerd is met fatale en niet-fatale cardiovasculaire gebeurtenissen en globale mortaliteit. Met deze studie mogen we een mogelijk cardiovasculair risico van wittejashypertensie dus niet negeren. Meer specifieke risicogroepen zullen gedurende langere tijd opgevolgd moeten worden om hierover echter definitieve conclusies te trekken. Deze studie zegt absoluut niets over het nut van een medicamenteuze antihypertensiebehandeling bij patiënten met wittejashypertensie. Hiervoor zijn correct opgezette RCT’s noodzakelijk.

15 04 2021

Denis B.

Het belang van deze systematische review ligt vooral in de beschrijvende, gedetailleerde en kritische inventarisatie van de beschikbare gegevens over het effect van hydroxychloroquine bij covid-19-patiënten, alsook in het feit dat ze benadrukt dat er weinig gerandomiseerde studies van hoge kwaliteit beschikbaar zijn, alsook in een grondige bespreking van de aritmogene effecten van hydroxychloroquine (de auteurs zijn intensivisten). Maar de systematische review is van beperkt nut voor de klinische praktijk: er wordt voorzichtig gesuggereerd dat hydroxychloroquine mogelijk niet werkzaam is bij de behandeling van gehospitaliseerde covid-19-patiënten of van contactgevallen en besloten dat het noodzakelijk is om de behandeling verder te onderzoeken in nieuwe gerandomiseerde studies van hoge kwaliteit. De review geeft evenmin informatie over de werkzaamheid van vroege toediening van hydroxychloroquine aan niet-gehospitaliseerde patiënten, die de overgrote meerderheid vertegenwoordigen van covid-19-patiënten die in de eerstelijnszorg worden opgevolgd. De hydroxychloroquinesaga lijkt dus eindelijk ten einde. We moeten ons afvragen of het niet tijd is om te stoppen met het vrijmaken van middelen om nieuwe studies uit te voeren die de werkzaamheid van deze stoffen in de behandeling van covid-19 onder de loep nemen. Opvallend is de overvloed aan meta-analyses (een dertigtal!) die in minder dan een jaar over dit onderwerp zijn verschenen, in tegenstelling tot het bescheiden aantal geïncludeerde RCT’s. Vele meta-analyses zijn overbodig of van slechte methodologische kwaliteit en vertonen veel bias, met als gevolg dat ze de clinici mogelijk eerder in verwarring brengen dan ondersteunen in het nemen van beslissingen in de praktijk.

15 04 2021

Valentin S.

Deze methodologisch goed uitgevoerde systematische review met meta-analyses toont aan dat P2Y12-receptorantagonisten in monotherapie versus aspirine in monotherapie bij patiënten met cerebrovasculair, coronair of perifeer arterieel vaatlijden, geassocieerd zijn met een weliswaar zeer nipte statistisch significante vermindering van het risico van myocardinfarct en een vergelijkbaar risico van CVA in secundaire preventie. De klinische relevantie van het voordeel van P2Y12-receptorantagonisten in monotherapie is onzeker, gezien het grote aantal patiënten dat behandeld moet worden om een myocardinfarct te voorkomen en het gebrek aan effect op globale en vasculaire mortaliteit.

15 04 2021

Bouüaert C.

Deze systematische review met netwerkmeta-analyse van goede methodologische kwaliteit toont dat cognitieve gedragstherapie zeer waarschijnlijk doeltreffend is in de behandeling van prikkelbaredarmsyndroom. Het zijn vooral cognitieve gedragstherapie via zelfmanagement of cognitieve gedragstherapie met minimaal contact (bijvoorbeeld telefonisch of via internet) die het meest doeltreffend lijken te zijn, evenals hypnotherapie specifiek gericht op spijsverteringsproblemen. De geïncludeerde studies hebben echter heel wat methodologische tekortkomingen. Verdere studies zijn dus nodig om de hier gerapporteerde resultaten te bevestigen.